15.12.2017

Eerste reparatie-KB overheidsopdrachten

De federale ministerraad heeft op 8 december het ontwerp KB goedgekeurd dat de eerste ‘reparaties’ doorvoert aan de op 30 juni ’17 in werking getreden wetgeving overheidsopdrachten.

Correctie dd 19/12/2017: het ontwerp stond geagendeerd maar werd nog niet goedgekeurd.

De belangrijkste aanpassingen situeren zich in het KB Uitvoering van 14 januari 2013. Een overzicht:

→ De regels betreffende de aanspraken van de aanbestedende overheid  (AO) op de borgtocht worden aangescherpt. De AO moet de regels betreffende het verzenden van een PV (art 44) respecteren. De houder van de borgtocht (consignatiekas, bank) mag de vrijgave van de borgtocht echter ook niet afhankelijk maken van de toestemming van de opdrachtnemer.

→ De regels inzake de wijziging van overheidsopdrachten, met name deze rond aanvullende werken, leveringen of diensten (art 38/1 en 2), worden van toepassing verklaard op overheidsopdrachten die gepubliceerd zijn VOOR 30 juni 2017, dus de facto op alle lopende overheidsopdrachten, ongeacht wanneer ze gepubliceerd zijn. Tot op heden zijn ‘oude’ opdrachten volledig onderworpen aan de wet van 2006, meer bepaald artikel 26, § 1, 2°, a), 3°, b), en 3°, c), die aanvullende prestaties formeel als een nieuwe gunning beschouwd, middels onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.

→ Er wordt een nieuwe situatie voorzien waarin de opdrachtnemer géén aanspraak kan maken op een schadevergoeding wegens schorsing van de werken (bij omstandigheden waaraan de aanbesteder vreemd is en de uitvoering niet zonder meer kan worden verder gezet).

Ook in het KB Plaatsing worden enkele aanpassingen gedaan:

→ Het principe dat offertes moeten worden vergeleken, inclusief BTW, wordt beperkt tot die omstandigheden waarin de BTW een kost is voor de AO. Indien de AO de BTW kan recupereren moet de BTW niet mee gerekend worden in de offertebedragen.

→ De artikelen inzake de uiterste datum voor ontvangst van de offertes (of aanvragen tot deelneming) worden verduidelijkt in de zin dat de offertes VOOR de in het bestek bepaalde datum en uur moeten toekomen. Deze regel werd al zo uitgelegd maar het woord ‘uiterste’ wordt verwijderd om verwarring te voorkomen. “Als de uiterste datum van de indiening van de offertes in de opdrachtdocumenten bijvoorbeeld bepaald is op 26 februari 2018 om 10.00 u, dan zijn de offertes die toekomen om 09.59 u of vroeger nog tijdig ingediend, terwijl de offertes die toekomen om 10.00 u en 0 seconden laattijdig zijn”.

→ De invoering van het elektronische UEA wordt vervroegd naar 18 april 2018. Vanaf dat moment moet het UEA elektronisch ter beschikking worden gesteld. Dat kan met de UEA-dienst van de Europese Commissie.

In de rechtsbeschermingswet wordt de drempel van 85.000 euro, voorzien in artikel 29, opgetrokken naar 144.000 euro. Boven deze drempel geldt een ‘volledige’ informatie- en motiveringsverplichting voor de aanbestedende overheid.